Minder Wlz-aanvragen;
Worden mensen minder vaak toegelaten tot de Wet langdurige zorg?
Wlz aanvragen: Volgens de verzekeraar te slecht voor 24 uurszorg, voor het CIZ te goed voor 24 uurszorg; een middenweg is er niet.
Het aantal aanvragen voor de Wet langdurige zorg (Wlz) neemt af. Maar betekent dit dat er minder mensen langdurige zorg nodig hebben, of worden mensen minder vaak toegelaten tot de Wlz? En waar komt een zorgvrager terecht als de zorgverzekeraar zegt dat de zorgvraag niet passend is voor de Zorgverzekeringswet (Zvw), terwijl het CIZ vervolgens geen Wlz-indicatie afgeeft?
Deze vragen komen in de praktijk steeds vaker naar voren, vooral bij kwetsbare ouderen die thuis intensieve zorg nodig hebben.
De cijfers van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) laten inderdaad een daling zien. In 2025 ontving het CIZ 128.542 reguliere Wlz-aanvragen, tegenover 133.641 in 2024 en 137.312 in 2023. Dat betekent dat het aantal reguliere Wlz-aanvragen in 2025 ongeveer 3,8% lager lag dan in 2024. Het CIZ spreekt zelf van een dalende trend die al in 2023 is ingezet.
In de eerste twee kwartalen van 2025 kreeg ongeveer 91% van de aanvragers een positieve uitkomst, vergelijkbaar met voorgaande jaren. Het CIZ geeft bovendien aan dat de wettelijke criteria voor toegang tot de Wlz niet zijn gewijzigd en dat er geen aanwijzingen zijn dat het beoordelingskader anders wordt toegepast.

De vraag is of dat in de praktijk ook zo is.
Recentelijk had het Verpleeg Collectief te maken met een praktijkvoorbeeld. Een voorbeeld uit de particuliere thuiszorg maakt duidelijk hoe ingewikkeld de grens tussen de Zvw en de Wlz kan zijn.
Een heer was bij onze organisatie in zorg. Zijn lichamelijke situatie was in korte tijd sterk achteruitgegaan. Hij was inmiddels bedlegerig en kon niet meer zelfstandig uit bed komen. Een belangrijke reden daarvoor was het grote valgevaar. Naast de hoge leeftijd, 90 plus, speelden er meerdere ( ouderdoms ) ziektes. Zelfstandig naar het toilet gaan, lopen of uit bed komen was niet meer verantwoord. Zelfs met behulp van 1 verpleegkundige was dit niet meer mogelijk, voor een toiletgang of transfer was de ondersteuning van familie nodig.
Voor deze heer werd aanvankelijk een indicatie voor Wlz 24 uurszorg aangevraagd, deze werd afgewezen. Hierna werd via een indicerend verpleegkundige wijkverpleging vanuit de Zorgverzekeringswet aangevraagd.
De zorgverzekeraar stelde echter dat de zorgvraag zo intensief was dat 24-uurszorg nodig was. Daarmee werd de vraag feitelijk verschoven richting de Wlz.
Vervolgens werd weer een Wlz-aanvraag bij het CIZ ingediend.
De aanvraag werd weer afgewezen, de afwijzingsbrief van de zorgverzekeraar was bijgevoegd. Hierop stond letterlijk de conclusie dat de heer 24 uurszorg nodig had beschreven. Een belangrijk onderdeel van de afwijzing was dat de heer volgens de beoordeling nog in staat was om zelf telefonisch mensen te alarmeren en hulp in te schakelen wanneer dat nodig was.
Op papier lijkt dat een klein detail. In de dagelijkse praktijk kan het echter een groot verschil maken. Het kwam erop neer dat de heer tussen de mazen van de wet viel en nergens aanspraak op kon doen.
De heer was bedlegerig, kon niet zelfstandig uit bed komen en liep een aanzienlijk risico om te vallen wanneer hij zonder hulp zou proberen zich te verplaatsen. Met zijn cognitieve vermogens was inderdaad weinig mis.
Een voorbeeld van ‘van het kastje naar de muur’ gestuurd worden en weer terug. Uiteindelijk heeft deze heer tot aan zijn dood nergens aanspraak op kunnen maken.
Wanneer valt zorg onder de Zorgverzekeringswet?
De Zorgverzekeringswet (Zvw) vergoedt onder andere wijkverpleging.
Wijkverpleging is bedoeld voor mensen die thuis verpleegkundige of verzorgende zorg nodig hebben vanwege een medische aandoening of een verhoogd risico daarop. De wijkverpleegkundige bepaalt welke zorg nodig is en hoeveel zorg noodzakelijk is. Er bestaat daarbij geen wettelijk maximum aantal uren wijkverpleging.
Denk bijvoorbeeld aan:
· wondzorg;
· injecties;
· medicatiezorg;
· persoonlijke verzorging vanwege een medische aandoening;
· verpleegkundige observatie;
· zorg na een ziekenhuisopname;
· intensieve zorg bij een chronische aandoening.
Ook nachtelijke zorg kan onder omstandigheden vanuit de Zvw worden geleverd wanneer die medisch noodzakelijk is.
De Zvw is dus niet alleen bedoeld voor mensen die een paar uur per dag zorg nodig hebben. Ook zeer intensieve thuiszorg kan onder de Zvw vallen, zolang de zorgvraag binnen het kader van de wijkverpleging past.
Wlz aanvragen | Wanneer komt de Wlz in beeld?
De Wet langdurige zorg is bedoeld voor mensen die blijvend zijn aangewezen op:
24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht.
Het gaat daarbij om een blijvende situatie. Het CIZ beoordeelt of de aandoening of beperking ertoe leidt dat iemand levenslang op deze intensieve vorm van zorg is aangewezen.
Het gaat om de aard van de zorgbehoefte en de noodzaak dat er voortdurend iemand beschikbaar moet zijn.
Dan is er ook een verschil in 24 uurszorg in een instelling en 24 uurszorg thuis. Bij 24 uurszorg in een instelling is er 1 verpleegkundige of verzorgende beschikbaar op meerdere bewoners. Bij 24 uurszorg thuis is er 1 verpleegkundige of verzorgende beschikbaar in een 1 op 1 setting.
Wat betekent "24 uur per dag zorg in de nabijheid"?
Dit begrip is heel belangrijk bij Wlz-indicaties | Wlz aanvragen
Het betekent niet automatisch dat een verpleegkundige of verzorgende letterlijk 24 uur per dag naast het bed moet zitten.
Volgens het CIZ betekent 24-uurszorg in de nabijheid dat er op ieder moment zorg beschikbaar moet zijn omdat anders een grote kans bestaat op ernstig nadeel, bijvoorbeeld ernstig letsel of zelfverwaarlozing. De zorgverlener hoeft dus niet voortdurend aanwezig te zijn, maar moet snel kunnen komen wanneer dat nodig is.
Het kan gaan om geplande zorg, maar óók om onverwachte situaties.
Dat laatste is bij kwetsbare cliënten vaak het belangrijkste onderdeel.
Zelf hulp kunnen bellen: waarom is dat zo belangrijk?
Bij de beoordeling van de Wlz speelt mee of iemand zelf hulp kan inschakelen wanneer dat nodig is.
Het CIZ noemt als voorwaarde onder meer dat iemand niet zelf hulp moet kunnen inschakelen wanneer hij of zij in een onveilige situatie terechtkomt. Het kan daarbij zowel gaan om het niet kunnen beoordelen wanneer hulp nodig is als om het lichamelijk niet kunnen oproepen van hulp.
Daarom is de vraag:
"Kan iemand bellen?"
op zichzelf eigenlijk onvoldoende.
Belangrijker is:
"Kan iemand op het juiste moment onder alle omstandigheden zelfstandig en tijdig hulp inschakelen?"
Dat zijn twee verschillende vragen.
Een cliënt kan technisch gezien een telefoon bedienen, maar tegelijkertijd lichamelijk zo beperkt zijn dat hij na een val niet meer bij zijn telefoon kan komen. Of iemand kan vanuit bed bellen, maar niet zelfstandig handelen wanneer hij bijvoorbeeld 's nachts uit bed is geraakt.
Daarom moet in een zorgbeoordeling altijd naar de feitelijke veiligheidssituatie worden gekeken.
De ingewikkelde grens tussen Zvw en Wlz
Een probleem ontstaat wanneer een verzekeraar zegt:
"Deze zorgvraag is te intensief voor de Zvw; Wlz is aan de orde."
Terwijl het CIZ vervolgens zegt:
"De cliënt voldoet niet aan de toegangscriteria van de Wlz."
Dan ontstaat een potentieel zorgvacuüm.
Dat is niet de bedoeling.
Het Zorginstituut vermeldt dat wanneer een Wlz-aanvraag wordt afgewezen, de zorgverzekeraar en – waar relevant – de gemeente verantwoordelijk blijven voor het regelen en vergoeden van de zorg die onder hun wettelijke domein valt.
Voor zorgprofessionals is het daarom belangrijk om bij een ingewikkelde situatie niet alleen te kijken naar de vraag "hoeveel uur zorg is nodig?", maar naar de vraag:
Welke wet hoort bij de aard van deze zorgbehoefte?
Worden er minder mensen toegelaten tot de Wlz?
Dat is een belangrijke vraag naar aanleiding van de dalende cijfers.
Op basis van de beschikbare gegevens is het antwoord op dit moment:
Daar is geen duidelijke aanwijzing voor.
Het CIZ meldt dat het aandeel positief beoordeelde aanvragen in 2025 stabiel bleef. In de eerste twee kwartalen van 2025 kreeg ongeveer 91% van de aanvragers een positieve uitkomst. Het CIZ meldt daarnaast dat de toegangscriteria niet zijn veranderd en dat er geen aanwijzingen zijn dat deze criteria anders worden toegepast.
In 2024 was 89% van de afgegeven Wlz-besluiten positief, tegenover 91% in 2023.
Dat betekent dat de huidige cijfers niet laten zien dat een steeds groter percentage mensen wordt afgewezen.
De opvallende ontwikkeling zit vooral in het feit dat er minder aanvragen worden gedaan.
Waarom zijn er dan minder Wlz aanvragen?
Daarover bestaat nog geen definitief antwoord.
Het CIZ constateerde de daling al vanaf 2023 en ziet dat deze in 2024 en 2025 doorzet. In 2025 kwamen 128.542 reguliere Wlz-aanvragen binnen, tegenover 133.641 in 2024 en 137.312 in 2023.
Het ministerie van VWS heeft daarom samen met onder andere het RIVM, CIZ, ActiZ, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa onderzoek laten doen naar de oorzaken. Het CIZ geeft aan dat de resultaten van dit onderzoek in 2026 worden verwacht.
Een mogelijke verklaring kan zijn dat zorgvragen op een andere manier worden opgevangen voordat een Wlz-aanvraag wordt ingediend. Maar ook andere ontwikkelingen kunnen een rol spelen. Of dat een Wlz aanvraag simpelweg te laat komt, zoals ook bij het voorbeeld hierboven genoemd.
Het CIZ zelf vindt de daling opvallend omdat de Nederlandse bevolking vergrijst, terwijl juist bij een vergrijzende bevolking eerder een stijging van de vraag naar langdurige zorg zou worden verwacht.
De Wlz vraagt daarentegen om een blijvende behoefte aan 24-uurs zorg in de nabijheid of permanent toezicht.
De daling van het aantal Wlz-aanvragen is een feit. Het positieve percentage aanvragen blijft volgens het CIZ grotendeels stabiel. De oorzaak van de dalende aanvraagstroom wordt nog onderzocht.
Wel heeft het RIVM uitslagen van onderzoek gedeeld, dit is gepubliceerd op 3 september 2026. Er zijn volgens het RIVM geen aanwijzingen dat ouderen als geheel minder zorg nodig hebben. Het RIVM concludeert juist dat de zorgvraag onder ouderen toeneemt, maar dat de zorgvraag verschuift: meer zorg wordt thuis geleverd, terwijl het gebruik van lichtere Wlz-profielen en wijkverpleging in de Zvw afneemt. De leegstand van verpleeghuisplaatsen lijkt volgens het RIVM daarom eerder samen te hangen met een verdelingsprobleem dan met echte vraaguitval.
Bronnen
· Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), Jaardocument 2025.
· CIZ, Ontwikkelingen rond Wlz-aanvragen en ouderenzorg.
· Verpleeg Collectief, Ouderenzorg Wlz, WMO en ZvW uitgelegd | 24 uurszorg
· RIVM
