Zelfredzaamheid particuliere thuiszorg:
zo help je cliënten om zelf de regie te houden
Zelfredzaamheid particuliere thuiszorg gaat over meer dan een cliënt zo veel mogelijk zelf laten doen. Het gaat vooral om de vraag: wat vindt iemand belangrijk in het dagelijks leven en wat kan hij of zij, eventueel met ondersteuning, zelf blijven doen?
Veel cliënten zijn erg gesteld op hun zelfstandigheid en willen dit graag zo veel mogelijk herstellen. Soms levert dat situaties op die niet helemaal veilig zijn en hoe ga je daar mee om als professionele zorgverlener.
Voor particulier verpleegkundigen is dit een belangrijk onderdeel van goede zorg. Je komt vaak langdurig bij mensen thuis en ziet daardoor niet alleen de medische situatie, maar ook hoe iemand woont, leeft en omgaat met beperkingen. Juist daardoor kun je samen met de cliënt kijken waar zelfstandigheid mogelijk is en waar ondersteuning nodig blijft.

Wat betekent Zelfredzaamheid particuliere thuiszorg?
Zelfredzaamheid betekent dat iemand zoveel mogelijk zelf kan blijven bepalen en uitvoeren wat belangrijk is in het dagelijks leven.
Dat kan iets heel eenvoudigs zijn. Bijvoorbeeld zelf:
- opstaan uit een stoel;
- douchen of zich wassen;
- kleding uitzoeken en aantrekken;
- eten en drinken klaarmaken;
- medicijnen volgens afspraak innemen;
- een stukje buiten lopen;
- een hobby blijven uitvoeren;
- zelf aangeven wanneer hulp nodig is.
Zelfredzaamheid betekent daarbij niet dat een cliënt alles alleen moet kunnen. Het doel is niet om zorg zo snel mogelijk af te bouwen. Het doel is om de mogelijkheden van de cliënt te benutten en ondersteuning in te zetten waar die werkelijk nodig is.
Een cliënt kan bijvoorbeeld lichamelijk niet meer zelfstandig douchen, maar wel zelf zijn kleding klaarleggen en zich gedeeltelijk wassen. Door dat deel niet automatisch over te nemen, blijft de cliënt actief betrokken.
Kijk eerst naar wat voor de cliënt belangrijk is
Een van de belangrijkste vragen voor een particulier verpleegkundige is daarom niet:
“Welke zorg moet ik uitvoeren?”
maar:
“Wat wil mijn cliënt zelf kunnen blijven doen?”
Het antwoord kan per persoon sterk verschillen.
Voor de ene cliënt is zelfstandig naar buiten kunnen het belangrijkste. Een andere cliënt vindt het vooral belangrijk om zelf de maaltijd te kunnen bereiden of de kleinkinderen te kunnen blijven ontvangen.
Zelf doen waar het kan, ondersteunen waar het nodig is
In de particuliere thuiszorg is het verleidelijk om veel uit handen te nemen. Zeker wanneer je een cliënt goed kent en weet dat een handeling sneller gaat wanneer jij deze uitvoert.
Toch kan te veel overnemen de zelfstandigheid juist verminderen.
Een cliënt die altijd geholpen wordt met opstaan, wassen of aankleden, krijgt minder gelegenheid om vaardigheden te oefenen en te behouden. Dat betekent niet dat je een cliënt bewust moet laten worstelen.
Een betere aanpak is bijvoorbeeld:
“Zal ik u helpen met het eerste gedeelte en kunt u daarna zelf verder?”
Of:
“Wat lukt u vandaag nog zelf?”
Daarmee maak je zelfstandigheid onderdeel van het zorgmoment.
Een voorbeeld uit de particuliere thuiszorg
Stel dat je bij een oudere cliënt komt die na een ziekenhuisopname minder mobiel is geworden.
De cliënt vraagt je om volledig te helpen met aankleden. Uit observatie blijkt echter dat de cliënt zijn bovenlichaam zelfstandig kan wassen en zelf een shirt kan aantrekken, maar moeite heeft met sokken en schoenen.
Dan kun je ervoor kiezen om niet alles over te nemen.
Een mogelijke aanpak is:
De cliënt doet zelf:
- gezicht en bovenlichaam wassen;
- shirt aantrekken;
- kleding klaarleggen.
De verpleegkundige ondersteunt bij:
- wassen van moeilijk bereikbare lichaamsdelen;
- aantrekken van steunkousen;
- schoenen aantrekken;
- veilig opstaan en lopen.
Zo blijft de cliënt actief en blijft de zorg gericht op wat werkelijk nodig is.
Zelfredzaamheid en samenredzaamheid
Zelfredzaamheid staat niet los van de omgeving.
Wanneer een cliënt en de mensen om hem of haar heen samen oplossingen vinden, spreken we ook over samenredzaamheid. Daarbij kunnen bijvoorbeeld een partner, kinderen, vrienden, buren of vrijwilligers betrokken zijn.
Wat is reablement?
Een begrip dat steeds vaker wordt gebruikt bij zelfredzaamheid is reablement.
Bij reablement ligt de nadruk op het terugwinnen of behouden van vaardigheden. Het gaat vaak om tijdelijke, persoonsgerichte en multidisciplinaire ondersteuning, bijvoorbeeld nadat iemand ziek is geweest, een ongeval heeft gehad of achteruit is gegaan door ouder worden.
Voor de particuliere thuiszorg betekent dit dat je niet alleen kijkt naar wat iemand nu kan, maar ook naar wat iemand mogelijk weer kan leren.
Bijvoorbeeld:
Een cliënt kan na een heupoperatie tijdelijk hulp nodig hebben bij het douchen. In plaats van deze ondersteuning zonder verdere evaluatie maandenlang voort te zetten, kun je samen met de cliënt bekijken of er verbetering mogelijk is. Misschien helpt fysiotherapie, een douchestoel of een andere manier van bewegen.
Hulpmiddelen kunnen zelfstandigheid vergroten
Soms is niet méér zorg nodig, maar een slim hulpmiddel.
Denk bijvoorbeeld aan:
- een aangepast bestek;
- een douchestoel;
- een toiletverhoger;
- een grijper;
- een rollator;
- medicatieondersteuning;
- een hulpmiddel om steunkousen aan te trekken.
Een particulier verpleegkundige hoeft niet voor ieder probleem zelf een oplossing te bedenken. V&VN noemt bijvoorbeeld de ergotherapeut als professional die kan helpen bij het beoordelen van hulpmiddelen en het aanleren van vaardigheden. Ook fysiotherapie kan bij bepaalde situaties belangrijk zijn.
Zelfredzaamheid opnemen in het zorgplan
Zelfredzaamheid hoort niet alleen thuis in een gesprek. Het is belangrijk om afspraken ook vast te leggen in het zorgdossier en zorgplan.
Beschrijf bijvoorbeeld:
Wat kan de cliënt zelf?
De cliënt kan zichzelf wassen en aankleden, met uitzondering van steunkousen.
Waarbij is ondersteuning nodig?
De verpleegkundige ondersteunt bij de steunkousen en controleert de huid van de benen.
Wat is het doel?
De cliënt behoudt zoveel mogelijk zelfstandigheid bij de persoonlijke verzorging.
Wanneer evalueren we?
Over vier weken wordt bekeken of de cliënt meer handelingen zelfstandig kan uitvoeren.
Een duidelijke verslaglegging helpt om als zorgteam consequent te werken en maakt zichtbaar waarom bepaalde zorg wel of niet wordt ingezet.
De meest voorkomende valkuilen
Zelfredzaamheid stimuleren klinkt eenvoudig, maar in de praktijk zijn er verschillende valkuilen.
Alles sneller zelf doen
Omdat het efficiënter is, neemt de verpleegkundige de handeling over.
Bepalen wat goed is zonder de cliënt te vragen
Een professionele inschatting is belangrijk, maar de cliënt houdt zoveel mogelijk de regie over zijn eigen leven.
Alleen kijken naar de mantelzorger
Ook andere mensen uit het sociale netwerk kunnen een rol spelen.
Vergeten om opnieuw te beoordelen
Een cliënt die drie maanden geleden hulp nodig had, kan inmiddels meer zelf kunnen. Andersom kan de behoefte aan zorg ook zijn toegenomen.
Geen duidelijke afspraken maken
Wanneer niet in het zorgplan staat wie wat doet, kan onduidelijkheid ontstaan tussen cliënt, familie en zorgprofessionals.
Wat als de cliënt iets zelf wil doen, maar jij twijfelt aan de veiligheid?
Zelfredzaamheid betekent niet dat een cliënt altijd alles wat hij wil ook zonder ondersteuning moet kunnen uitvoeren. Soms wil iemand graag zelfstandig blijven, terwijl jij als verpleegkundige ziet dat een bepaalde handeling op dit moment te veel risico met zich meebrengt.
Denk bijvoorbeeld aan een cliënt die na een val weer zelfstandig naar de badkamer wil lopen, maar daarbij nauwelijks stabiel staat. Of iemand die zelf zijn medicatie wil klaarzetten, terwijl er regelmatig fouten worden gemaakt. Ook kan iemand graag zelf willen douchen terwijl het risico op een nieuwe val aanzienlijk is.
In zo'n situatie ontstaat er soms een spanningsveld tussen zelfstandigheid en veiligheid.
Neem het risico niet direct over, maar bespreek het
De eerste stap is een open gesprek. Probeer niet meteen te zeggen:
“Dat mag u niet zelf doen.”
Een betere benadering is bijvoorbeeld:
“Ik begrijp dat u dit graag zelf wilt blijven doen. Ik maak me alleen zorgen over wat er kan gebeuren. Zullen we samen kijken hoe u dit zo zelfstandig mogelijk én veilig kunt doen?”
Daarmee blijft de cliënt serieus genomen en houd je de regie zoveel mogelijk bij de cliënt.
De zorgverlener is in wezen te gast in het leven van de zorgvrager. De cliënt bepaalt in principe welke zorg hij of zij wil ontvangen; de professional bepaalt vervolgens welke zorg hij of zij verantwoord kan aanbieden vanuit de eigen deskundigheid en professionele grenzen.
Breng samen het risico in kaart
Probeer zo concreet mogelijk te maken waar het risico precies zit.
Vraag bijvoorbeeld:
- Wat wilt u precies zelf blijven doen?
- Wat lukt nu al zelfstandig?
- Wanneer gaat het mis?
- Wat zou er kunnen gebeuren?
- Welke ondersteuning zou het veiliger maken?
- Zou een hulpmiddel kunnen helpen?
- Kunnen we de handeling anders uitvoeren?
- Kan iemand uit het netwerk hierbij ondersteunen?
Zoek naar een tussenoplossing
Vaak is het niet nodig om te kiezen tussen “alles zelf doen” en “alles uit handen nemen”.
Er kan een tussenoplossing zijn.
Bijvoorbeeld:
De cliënt wil zelfstandig douchen.
In plaats van de douche volledig over te nemen, kun je onderzoeken of dit veilig kan met:
- een douchestoel;
- antislipvoorzieningen;
- een handgreep;
- een aangepaste douche;
- toezicht op afstand;
- hulp bij alleen de risicovolle onderdelen;
- begeleiding van een mantelzorger.
Zo blijft de cliënt zoveel mogelijk zelfstandig, terwijl het risico wordt verminderd.
Wat als het risico ondanks alles te groot blijft?
Soms zijn de mogelijkheden beperkt en blijft een handeling onverantwoord.
Dan is het belangrijk om daar als verpleegkundige duidelijk over te zijn. Zelfredzaamheid stimuleren betekent niet dat je een handeling moet aanbieden die je vanuit je professionele deskundigheid niet verantwoord vindt.
Leg vervolgens rustig uit waarom je het risico te groot vindt en bespreek welke alternatieven er zijn.
Bijvoorbeeld:
“Ik zie dat u dit heel graag zelf wilt doen. Op dit moment denk ik dat het risico op vallen te groot is. Ik wil daarom niet dat u dit alleen doet. Laten we kijken of we met een hulpmiddel, fysiotherapeut of ergotherapeut kunnen onderzoeken hoe u dit toch weer zo zelfstandig mogelijk kunt doen.”
Dat maakt duidelijk dat je de zelfstandigheid niet wilt beperken, maar juist zoekt naar een manier om die zo veel mogelijk te behouden.
Leg de gemaakte afspraken vast in het zorgplan
Wanneer er verschil van inzicht is tussen cliënt en zorgverlener, is goede verslaglegging extra belangrijk.
Beschrijf bijvoorbeeld:
De wens van de cliënt:
“Cliënt wil zelfstandig naar het toilet lopen.”
De professionele observatie:
“Cliënt is bij het opstaan instabiel en heeft een verhoogd risico op vallen.”
Besproken risico:
“Besproken is dat zelfstandig lopen zonder hulpmiddel kan leiden tot vallen en letsel.”
Afspraak:
“Cliënt gebruikt de rollator en vraagt gedurende de nacht om ondersteuning.”
Vervolg:
“Situatie wordt opnieuw beoordeeld na beoordeling door fysiotherapeut.”
Geadviseerd wordt in het zorgplan vast te leggen wat met de cliënt is besproken, welke risico's zijn besproken en welk advies is gegeven. Ook bij het aanleren van vaardigheden is het belangrijk om vast te leggen wat is uitgelegd, geoefend en afgesproken.
Wanneer schakel je een andere professional in?
Een verpleegkundige hoeft een probleem niet altijd alleen op te lossen. Je werkt uiteraard in een zorgteam, waarbij meerdere zorgverleners waarschijnlijk tegen dezelfde problematiek aanlopen.
Bij vragen over bewegen, transfers of valrisico kan bijvoorbeeld een fysiotherapeut worden betrokken. Voor het aanpassen van dagelijkse handelingen en het vinden van geschikte hulpmiddelen kan een ergotherapeut waardevol zijn.
Ook overleg met een collega, de familie, huisarts, specialist, casemanager of andere betrokken zorgprofessional kan helpen wanneer de situatie complex is.
Zelfredzaamheid particuliere thuiszorg betekent soms verantwoord risico nemen
Het streven naar veiligheid mag niet betekenen dat cliënten uiteindelijk niets meer mogen.
Soms moeten zorgverleners samen met de cliënt en zijn of haar omgeving bepalen welke risico's aanvaardbaar zijn. Daarbij is het belangrijk om naar de persoon als geheel te kijken en rekening te houden met diens wensen en levensverhaal.
Een cliënt kan bijvoorbeeld bewust een bepaald risico willen accepteren omdat zelfstandig naar buiten gaan voor hem of haar heel belangrijk is. De taak van de verpleegkundige is dan niet alleen om het risico te benoemen, maar ook om te onderzoeken hoe de cliënt dit zo veilig mogelijk kan doen.
De kern voor de verpleegkundige
Bij een verschil tussen de wens van de cliënt en jouw professionele inschatting kun je deze volgorde aanhouden:
Luisteren → risico beoordelen → uitleggen → samen zoeken naar alternatieven → afspraken maken → vastleggen → evalueren.
Zo blijft de cliënt zoveel mogelijk eigenaar van zijn of haar leven, terwijl jij als verpleegkundige je professionele verantwoordelijkheid serieus neemt.
Dat is misschien wel de kern van goede zelfredzaamheid: niet alles uit handen nemen, maar ook niet iemand aan zijn lot overlaten. Samen zoeken naar wat wél kan.
Bron: Vereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), Samen naar zelfredzaamheid.
